|
Informatie Professional
13 (2009) nr. 3 (maart) blz. 11 |
Groter en kleinerterug |
|
|||||
|
Voor een te geven cursus heb ik me weer eens meer dan gebruikelijk in webzoekmachines verdiept. Moet "machines" echt nog in het meervoud? In Nederland krijg je sterk de indruk dat alleen nog Google bestaat. Diens marktaandeel is nog net geen 100%, maar veel scheelt dat niet meer. Voor de gezamenlijke concurrentie resten nog maar luttele procenten. Dat verschilt hemelsbreed met Google's thuisland waar alleen al Yahoo! een marktaandeel van 20% heeft behouden. Dezelfde Yahoo! die in Nederlandse taartpuntdiagrammen niet eens meer zichtbaar is - want ver onder de 1% gezakt. Toch is dat heel gek. Uit oppervlakkig onderzoek merkte ik namelijk dat Yahoo! voor de meeste zoekvragen intussen meer - en soms zelfs veel meer - oplevert dan Google. Niet dat kwantiteit het enig belangrijke argument is in een situatie van informatieovervloed. Toch willen we, als we voor onze organisatie toegang tot een commerciële database aanschaffen, daar graag de dekking van weten. Dat is nog altijd een belangrijke factor bij de afweging tussen twee concurrerende producten. Merkwaardig dat we dat op het web ineens niet meer van belang achten. In Nederland vertrouwen we Google op zijn blauwe ogen. Een verhouding van marktaandelen tussen Yahoo! en Google van minder dan 1:100, terwijl Yahoo! voor de meeste vragen een betere dekking blijkt te bieden. Het is oneerlijk gesteld in de webzoekwereld. |
Hierbij moet je wel de vraag stellen hoe betrouwbaar de vaak gigantische aantallen zijn die zoekmachines binnen een seconde voor elke zoekvraag op ons scherm toveren. Die vraag is makkelijk te beantwoorden: volstrekt niet! Daar wordt maar een slag naar geslagen, op basis van de eerst binnenkomende gegevens uit een paar kleine stukjes van hun indexen. Ze hoeven voorlopig toch maar tien resultaten te laten zien. Alleen voor die gevallen waar het aantal resultaten onder de duizend uitkomt, valt uiteindelijk te verifiëren hoeveel echt gevonden is. Dat aantal bleek gemiddeld maar de helft van wat aanvankelijk gemeld werd, met af en toe een uitschieter naar zelfs een factor tien minder. En ook in die controleerbare gevallen bleef Yahoo! gemiddeld nog duidelijk winnen. Opmerkelijk was ook hoe sterk de relatieve resultaten van zoekvragen tussen de verschillende zoekmachines in drie jaar tijd waren veranderd. Vond Exalead op een bepaalde Nederlands/Friestalige zoekvraag drie jaar geleden nog half zo veel als Google, nu was dat nog maar 2%, terwijl voor andere vragen de relatieve opbrengst juist verdubbeld was. Vond Gigablast op "poldermodel" drie jaar geleden maar 3% van wat Google vond, nu was dat 30%. Voor diezelfde vraag was het resultaat van MSN-Live zelfs van 8% tot 67% van Google's aantallen gestegen. Kortom webzoeken blijft een dynamisch en onvoorspelbaar gebeuren. En cursisten moet weer goed worden ingepeperd dat ze alles steeds weer moeten uitproberen. |
||||
|
|
|||
| © |
Informatie Professional (Otto Cramwinckel Uitgever, Amsterdam)
en Eric Sieverts
Voor een abonnement op Informatie Professional:
|
||